Wat gebeurt er wanneer elektrische deelsteps plots uit het straatbeeld verdwijnen? Voor heel wat gebruikers in Zuid-Korea zou dat het dagelijkse leven een stuk moeilijker maken. Uit een enquête van deelmobiliteitsaanbieder GBike blijkt dat 83,1 procent van de ondervraagde klanten hinder verwacht wanneer de diensten verdwijnen. De resultaten komen op een moment waarop Seoel de regels voor elektrische deelsteps verder aanscherpt.
Van handige oplossing naar dagelijks vervoermiddel
De enquête werd in september uitgevoerd bij 332 gebruikers van GCOO, het deelmobiliteitsplatform van GBike. De resultaten werden op 19 oktober bekendgemaakt.
Van de respondenten verwacht 45,5 procent lichte hinder als de dienst verdwijnt. Nog eens 25,3 procent spreekt van aanzienlijke ongemakken, terwijl 9,9 procent ernstige problemen voorziet. Voor 2,4 procent zou het zelfs moeilijk worden om het dagelijkse leven op dezelfde manier voort te zetten.
Vooral de mogelijke toename van de reistijd speelt een rol. Ruim driekwart van de ondervraagden, 75,3 procent, verwacht langer onderweg te zijn wanneer ze moeten overstappen op wandelen, openbaar vervoer of een taxi.
Bijna de helft denkt daarbij minstens tien minuten extra per enkele rit nodig te hebben.
Te ver om te wandelen, te dichtbij voor de bus
Waarom kiezen mensen eigenlijk voor een elektrische deelstep?
Voor 60,5 procent van de respondenten is het antwoord eenvoudig: de afstand is te groot om comfortabel te wandelen, maar te kort om een ander vervoermiddel te nemen.
Daarnaast waardeert 32,8 procent de snelheid en vindt 28,9 procent het handig dat een deelstep onmiddellijk beschikbaar is, zonder wachttijden of overstappen.
De voertuigen worden onder meer gebruikt voor afspraken, verplaatsingen naar school of werk en dagelijkse boodschappen.
Vooral bij frequente gebruikers tussen 20 en 39 jaar blijkt de afhankelijkheid groot. Van de jongeren die minstens drie keer per week gebruikmaken van deelmobiliteit, verwacht 91,5 procent problemen wanneer de diensten verdwijnen.
Seoel voert strengere regels in
De resultaten verschijnen terwijl de Zuid-Koreaanse hoofdstad bijkomende beperkingen invoert voor elektrische deelsteps.
Sinds 30 september telt Seoel vijf zones waar deelsteps tijdens bepaalde uren of gedurende de volledige dag verboden zijn. Het gaat vooral om drukke winkelstraten en buurten met veel voetgangers.
De stad wil daarmee gevaarlijke situaties en hinder door verkeerd geparkeerde voertuigen beperken.
Vanaf januari 2027 worden bovendien de verantwoordelijkheden van deelmobiliteitsbedrijven aangescherpt. Exploitanten zullen strenger worden beoordeeld op het beheer van hun voertuigen en hun aanpak van foutparkeren.
Liever veilige infrastructuur dan een verbod
De ondervraagde gebruikers zijn duidelijk geen voorstanders van een algemeen verbod. Maar liefst 94,9 procent verzet zich tegen het volledig weren van deelmobiliteit.
Tegelijk vindt 98,5 procent dat er meer aandacht moet komen voor veilige rijroutes, voldoende parkeerplaatsen en strengere controles op gevaarlijk rijgedrag.
Yoon Jong-soo, CEO van GBike, vat die bezorgdheid samen:
“Jongeren vragen niet om roekeloos te kunnen rijden, maar om veilig te kunnen rijden.”
Volgens hem moeten steden de veiligheid van voetgangers en de mobiliteitsbehoeften van gebruikers met elkaar verzoenen. Daarvoor zijn duidelijke regels, veilige rijruimtes en goed georganiseerde parkeerplaatsen nodig.
Een evenwicht tussen bereikbaarheid en veiligheid
De enquête toont aan dat elektrische deelsteps voor de ondervraagde gebruikers meer zijn geworden dan een recreatief vervoermiddel. Ze vervullen een praktische rol bij korte dagelijkse verplaatsingen en kunnen een aanvulling vormen op het openbaar vervoer.
Daarbij hoort wel een belangrijke kanttekening. Het onderzoek werd uitgevoerd door een commerciële aanbieder onder bestaande klanten. De resultaten weerspiegelen dus hun ervaringen en verwachtingen en zijn niet representatief voor de volledige Zuid-Koreaanse bevolking.
De discussie in Seoel is ook voor Europese steden herkenbaar. Elektrische deelsteps kunnen korte verplaatsingen eenvoudiger maken, maar vragen tegelijk om duidelijke afspraken over verkeersveiligheid en parkeren.
De uitdaging bestaat erin voldoende ruimte te creëren voor nieuwe vervoermiddelen en tegelijk de veiligheid van voetgangers te waarborgen.
Bron: LEVA-EU / Chosun Biz / GBike, oktober 2026.







