Deelfietssystemen kunnen een meetbare bijdrage leveren aan lagere uitstoot en minder autoverkeer in steden. Dat blijkt uit onderzoek van de School of Sustainable Energy Engineering van Simon Fraser University in Canada. De onderzoekers analyseerden mobiliteitsgegevens uit Vancouver en bekeken in welke mate gedeelde fietsen autoritten kunnen vervangen.
Voor de studie werden gegevens uit een verplaatsingsdagboek van vervoersmaatschappij TransLink gecombineerd met data over ritten met deelfietsen en verschillende modellen voor verkeer en emissies.
Veel korte autoritten zijn vervangbaar
Uit de analyse blijkt dat ongeveer 29 procent van de dagelijkse verplaatsingen in de onderzochte regio door automobilisten wordt gemaakt. Ongeveer 7 procent gebeurt met een eigen fiets of een deelfiets.
De onderzoekers stelden bovendien vast dat een belangrijk deel van de dagelijkse verplaatsingen qua afstand geschikt is voor de fiets. Ongeveer 11 procent van alle ritten werd geclassificeerd als fietsbaar, maar te lang om comfortabel te voet af te leggen.
Korte woon-werkverplaatsingen hadden gemiddeld een afstand van ongeveer twee kilometer. Vrijetijdsritten waren met gemiddeld tien kilometer duidelijk langer. Elektrische fietsen werden gemiddeld voor iets langere trajecten gebruikt.
Daar ligt volgens de onderzoekers een belangrijke kans voor deelmobiliteit. Vooral wanneer deelfietsen op grote schaal beschikbaar zijn en meerdere keren per dag worden gebruikt, kunnen ze een deel van de korte autoritten vervangen.
Vijf intensief gebruikte deelfietsen tegenover één auto
De studie probeerde ook de klimaatwinst van deelfietsen te kwantificeren.
Wanneer alleen naar het aantal voertuigen wordt gekeken, zouden ongeveer achttien gedeelde fietsen nodig zijn om dezelfde vermindering van CO₂-uitstoot of schadelijke uitlaatdeeltjes te realiseren als het verdwijnen van één auto.
Dat beeld verandert wanneer de fietsen intensief worden gebruikt. Omdat één deelfiets gedurende de dag verschillende autoritten kan vervangen, berekenden de onderzoekers dat in een scenario met een hoge bezettingsgraad ongeveer vijf gedeelde fietsen dezelfde broeikasgasreductie kunnen opleveren als het weghalen van één auto met verbrandingsmotor.
De gebruiksintensiteit van een deelsysteem blijkt daarmee minstens even belangrijk als het aantal beschikbare fietsen.
Ook elektrische auto’s lossen congestie niet op
De onderzoekers plaatsen de resultaten ook in de bredere discussie over elektrificatie van het autoverkeer.
Elektrische auto’s hebben geen lokale uitlaatemissies, maar nemen evenveel ruimte in op de weg en in parkeerzones. Daardoor blijft verkeerscongestie bestaan.
Daarnaast wijzen de onderzoekers op fijnstof dat ontstaat door slijtage van banden, remmen en het wegdek. Het hogere gewicht van veel elektrische auto’s kan bovendien extra druk uitoefenen op de wegeninfrastructuur.
Ook de productie van voertuigen en batterijen vraagt energie en grondstoffen, terwijl de klimaatimpact van het laden afhankelijk blijft van de gebruikte elektriciteitsmix.
Combinatie met openbaar vervoer
De onderzoekers zien deelfietsen daarom vooral als onderdeel van een breder mobiliteitssysteem waarin openbaar vervoer, wandelen en fietsen elkaar aanvullen.
Lagere gebruikskosten, betere aansluitingen bij stations en haltes en geïntegreerde betaalmethodes kunnen volgens de studie helpen om het gebruik van gedeelde fietsen verder te vergroten.
Voor steden die verkeersdruk en uitstoot willen verminderen, toont het onderzoek vooral dat deelfietssystemen het meeste effect hebben wanneer ze voldoende intensief worden gebruikt en goed geïntegreerd zijn in het bestaande mobiliteitsnetwerk.
Bron: The Conversation / Simon Fraser University







